Nature Vs. City’s

Honey Drops
Na onze overnachting in Groveland oftewel bij de Koreaan was het natuurpark gedeelte van onze reis officieel voorbij. Vanaf nu begonnen de steden.Om als eerst te beginnen in San Francisco, die als een van de leukste grote steden van Caifornië bekend staat.
We konden niet al te laat aankomen, mijn tante, oom, neef en nicht kwamen dezelfde dag aan in San Francisco en hen zouden we ophalen, wat niet gelukt is dus uiteindelijk werd het opwachten. Dit deden we in het hotel waar zij verbleven, we vroegen aan de man achter de balie of we in de lobby mochten wachten, hij vond het wel best aangezien hij toch een film keek. Maar ik denk dat hij na 1,5 uur toch ook wel z’n bedenkingen kreeg of er wel werkelijk een Nederlandse familie kwam (stond ook niet in de computer), en of wij niet gewoon een aantal mensen waren die ergens gratis met Wifi wilde zitten. Gelukkig werd door het oorverdovende gegil van mij en mijn neef Ricky duidelijk dat we toch echt de waarheid spraken :).

Aangezien zij met vlucht en al 12 uur achter elkaar op waren zijn we na wat bijpraten, wat haast niet lukte omdat we veel te veel te vertellen hadden en ik super enthousiast was omdat ik eindelijk bekende mensen zag, toch maar naar allebei naar ons eigen hotel gegaan. Dit enthousiast hoofd zie je trouwens maar al te goed op deze foto:
lief kind

Ons hotel had de geweldige naam Amsterdam. ondanks dat het er uit zag als een hotel, geen slaapzalen etc. Had het zeker wel iets weg van een jeugdherberg (vind ik veel leuker), er was een gezamenlijke computerruimte en als ontbijt kon je in een eetzaal zelf pancakes bakken.
En zonder dat we het zelf doorhadden zat deze “TaylorStreet” echt heel dichtbij het centrum van San Francisco. Als je één blok verder liep kwam je van het rustige straatje met motels en restaurantjes in een grote chaotische straat met racende taxi’s, aftellende stoplichten (ja dat doen ze hier, aftellen. Echt heel stressvol) en vooral veel daklozen.
Dit was trouwens allemaal nog wel de TaylorStreet, de straten zijn hier belachelijk lang en hebben allemaal dezelfde naam. En dat is zeer onhandig wanneer je zoals ik totaal geen richtingsgevoel en ruimtelijk inzicht hebt.
Zoals in veel hotels hier had deze een stapelbed en na een poging om op het bovenste bed te komen waarbij ik bijna met trapje en al naar beneden donderde, hij zat los inderdaad, heeft mijn lieve broertje toch maar het bovenste bed genomen.
Work Hard Be Nice

De eerste dag in San Francisco deden we iets wat waarschijnlijk 90% door Nederlanders gedaan wordt, fietsen naar en over de Golden Gate Bridge. Toen we het de Bicycle Rent bedrijf hadden gevonden konden we de fietsen gaan uitzoeken. Ik moest absoluut een vrouwenframe hebben, want op mannenfiets kom ik net zo moeilijk als op dat paard in Utah.
Dat betekend niet dat fietsen ook zo dramatisch gaat, in tegendeel. Maar toch vinden Amerikanen het blijkbaar nodig dat “kinderen” onder de 18 helmen dragen. Arme Ricky, Tijmen en Ik. Ook toen ik zo aardig mogelijk tegen de man van ‘t verhuur zei: “Sir, in our country, we ride a bike like twice a day, without a helmet.” Antwoorde hij kalm: I’m sorry, it’s ruquired by the law”. Haha, mooi niet dat we die dingen op deden.

The Golden Gate bridge ligt heel hoog, toen we hem voor ons zagen en duidelijk werd dat we daar toch echt overheen (en dus eerst naartoe) moesten fietsen zij Tijmen dus ook heel droog: “Oh, ik dacht dat ‘n grapje was dat we dat gingen doen.”
De tocht naar de golden Gate Bridge is verschrikkelijk, maar als je d’r eenmaal op bent…
Ik was ten eerste super opgelucht dat er een hek tussen de autoweg en het fietspad zat, dat had echt niet goed gegaan. Dit was alleen niet zo met het loop- en fietspad, dit was heel handig gemengd. Dus behalve om je heen kijken moest je ook vooral voor je, achter je, naast je, onder je etc kijken of je geen mens aanreed. Natuurlijk werkte mijn bel niet, maar ik reed achter Ricky die een weg door de stroom van mensen baande (en ondertussen nog filmde ook). Golden Gate

Ik hoor jullie al denken, “ach, moesten ze ook dat hele eind weer terug op die gammele huurfietsjes?”. Nee, dat hoefde niet :) we gingen namelijk terug per boot. Maar voor we dat deden zijn we eerst nog het stadje die achter de Golden Gate Bridge licht in gegaan. Zo’n stadje dat wanneer het niet achter een van de meest bekende symbolen van Californië lag zeker niet zo toeristisch zou zijn geweest.
Natuurlijk is er echt niemand die uit zichzelf wel het hele eind terug gaat fietsen, dus waren we niet die enige op die boot, en ook niet in de rij… View

Al waren we moe van het fietsen, je gaat dus echt niet terug naar het hotel als je in San Francisco zit. De plek om te shoppen was volgens de taxichauffeurs, winkeliers en andere bewoners Union Square. Toen wij daar aankwamen zagen we alleen maar dure winkelketens waaronder Macy’s, niets gekocht inderdaad :’).
Dit wilde wel veranderen, daarom zijn we de volgende ochtend vroeg op gegaan omdat de fam al 1 uur weg moest. Maar al was het rondkijken wel heel leuk, ik heb alleen een bandana gekocht.
Maar zoals ik al zei, het rondkijken is minstens net zo leuk, de verschillende mensen die rondlopen bekijken vind ik altijd het leukst. Gasten uitlachten die met hun broek op hun knieën lopen (letterlijk hier), schattige hondjes spotten enz.
Maar jammergenoeg zijn er ook niet normaal veel zwervers. En ik ben dan zo’n persoon die zich het hele leven van zo iemand verbeeld en me ontzettend schuldig voel als ik een dure winkel in loop. De meeste daklozen zijn mannen, vaak oud, al lijkt dat ook vooral zo door de baarden en het lange haar etc. Maar ook opvallend veel jongen gasten, met de meeste is wel zichtbaar iets aan de hand (praten in zichzelf bijvoorbeeld), maar bij sommige kan je je niet voorstellen hoe die op straat zijn beland. Aan de ene kant weet je dat een groot gedeelte van de mensen waar je geld aan geeft dit toch weer (voor drugs of alcohol gebruikt, en dat ze waarschijnlijk niet meer uit deze wereld komen, vaak is dit wanneer het lukt ook nog ontzettend moeilijk om je weer bij de maatschappij te voegen) toch wil ik het liefst aan iedereen iets geven. Mijn moeder gaf mij een aantal dollars om aan een aantal mensen te geven, maar het zijn er zoveel dat ik me bij elk persoon die ik het niet gaf weer schuldig voelde. Toch wil ik nog iets doen, dus ga ik in een oude toilettas was eten en drinken etc. (als ik iemand met een hond vind doe ook daar voor iets in ‘t tasje) stoppen en dit aan een daklozen geven, en geef ik aan het eind van de reis mijn slaapzak weg. Hopelijk maak ik er nog iemand gelukkig mee.

Je doet en loopt toch altijd veel meer in zo’n grote stad dan je denkt (en valt in mijn geval :() dus was het maar goed dat we na San Francisco een huisje hadden gehuurd. Een huisjé dacht ik, nou het is toch wel een HUIS. (Mijn blog schrijf ik nu op een overheerlijk bed in dat huis).
Ik wil er eigenlijk niet meer weg, er is een openhaard, terras, hangmat en boven alles: een ligbat buiten. Luxe

Het plan om hier een dag niks te doen is mislukt, het plan om een keer uit te slapen niet. ‘S middags zijn we gaan fietsen door het stadje Monterey (Gewoonte toch een beetje in stand houden). Op zich heel schattig stadje. En toen we even langs de pier reden hoorde we allemaal zeehonden. Ze waren zo dichtbij! Het is maar goed dat ik hier geen filmpjes op kan plaatsen want ik ben echt (hoorbaar) té enthousiast, maar een foto plaats ik wel.Genietende zeehond

En zo aardig als de eigenaars van het vakantiehuis zijn hadden ze er ook nog 2 jaarkaarten bij gedaan voor het wereldberoemde Monterey Bay Aquarium. Dit was echt Ma-gisch, je denkt daar loop ik even in en ik zie wat visjes maar het is echt bizar mooi.
Vooral de kwallen, zo dichtbij zie ik ze nooit meer. Ik stond als ‘n kleuter tegen de ruit gedrukt om te kijken hoe die dingen langzaam bewogen. En de kleuren waren echt zó mooi. Ook was er een gedeelte dat “Open Sea” heet, dit houd in dat de vissen en haaien enz. die daar in zwemmen echt in The Pacific Ocean. Er komen jaarlijks zo’n 1,8 miljoen mensen!kwal

kwal oranje

Het is hier 00:12 en we moeten morgen weer vroeg op omdat we 5 uur lang moeten rijden naar freaking: Los Angeles!

Good Night Y’all <3.
In een kwal

Maar na al het drama toch aangekomen in California!

Huisje klein
Dit 4e blog schrijf ik aan een scheve houten tafel van een niet Engels sprekende Koreaan.

Integendeel tot het vorige blog ga ik niet elke dag langslopen, alleen de hoogtepunten (én dus de dieptepunten, maar die zijn voor mij en voor dit blog dan weer hoogtepunten zeg maar ^^). 


Al bijna 2 weken zijn wij bezig met deze roadtrip, de tijd gaat ontzettend veel sneller voor mijn gevoel. Deze afgelopen 2 weken hebben we vooral in ”National Parks” doorgebracht zoals Monument Valley, Bryce Canyon en vandaag Yosemite National park (spreek je uit als Joosimetie, niet Jozemieten wat ik eerst dacht).
Na deze dagen in natuurparken zijn we langzamerhand op weg naar de groten steden, om te beginnen in San Francisco. De snelste weg hiernaartoe is door de beruchten Death Valley. Met een camper mag je deze weg niet rijden (te groot gevaar dat je vast komt te zitten), wij mochten dit wel met onze auto met als voorwaarden dat we genoeg water mee zouden nemen. De eerste kilometers stonden hier en daar nog een tankstation of een supermarkt, ik dacht: is dit ’t nou? Worden hier zelfs horrorfilms over gemaakt? 
Maar wanneer je verder rijdt begrijp je dit wel, zelfs het uitgedroogde graspolletje dat je in die Western films over de weg van een verlaten sahara ziet rollen kwam langs.
Behalve dat het één uitgestrekte lange weg is zitten er ook veel hoogteverschillen in, en omdat de motor oververhit kan raken was het verplicht je airconditioning uit te doen. En die middag werd 54,6 graden(!) gemeten op de warmste plek op aarde die Death Valley heet. Death Valley rots klein

De nacht voordat we deze toch door Death Valley gingen maken hadden we eerst nog een overnachting in het dorpje Springdale, onze tent konden we opzetten naast een heel schattig riviertje waar mensen in het water zaten met hun kampeerstoelen en in opblaas-banden met de stroom mee gingen. Dus ging ik om niet uit te toon te vallen ook maar in het riviertje zitten met m’n kampeerstoel. :)

Aangekomen in Death Valley. Zo’n temperatuurmeter is best geloofwaardig op je mobiel maar toch wil je die extreme hitte dan zelf voelen. Toen ik uit de auto stapte had ik verwacht dat ik gelijk omver werd geblazen door een gigantische föhn (figuurlijk), maar het viel me ontzettend mee, het was alsof je in een stoomkabine van een zwembad zat, best heel ontspannend. Maar dan ga ik dus niet ook nog de berg beklimmen vanwege het mooie uitzicht, in die warmte.

Vanwege het aantal mensen dat er op zo’n parkeerplek stopt vergeet je weer dat je op een van de meest afgelegen plekken van de wereld bent, maar als je dan een wc-hokje in loopt waar niet doorgespoeld kan worden en waar de geur in die warmte nogal blijft hangen ben je weer helemaal bij.
 wc klein
Maar nu houd ik jullie natuurlijk erg in spanning, anders dan de eerste mensen die deze tocht in 1800 hebben gemaakt, hebben wij het wél overleefd.
Maar om dan je tentje met ’s nachts minimaal 40º… Daar hadden de medewerkers ons ook niet echt voor gewaarschuwd, en de mensen die in het (natuurlijk volgeboekte) hotel zaten reageerde vol ongeloof: ”In a TENT?!” Dus zijn we maar op zoek gegaan naar een hoteletje in de bewoonde wereld. weg klein

Deze toch duurde bij elkaar zo’n 5 uur dus was het plan de 2 dagen hierna (vandaag en morgen) uit te rusten, om zeker te zijn dat dit ook lukt reserveer je in een motel, en dan komt alles goed, denk je.
Niet helemaal inderdaad, in plaats van het gezin onder de naam Maasland stond er een gezin met de naam Boesker geregistreerd. Beetje lullig om die dan niet naar binnen te laten.
Op zo’n avond in een klein dorpje genaamd Groveland weet je zeker dat alle Motels die er zijn vol zitten. En de mensen van het hotel konden ook niet maken dat we door hun registratiefout onze tentjes op straat moesten opzetten of iets dergelijks.
De eigenaar van het Motel was er alleen niet om dit probleem met ons op te lossen, wel een Spaans meisje en een Koreaanse jongen die met hun slechte Engels een vakantiebaantje hadden weten te bemachtigen. 
De Koreaanse jongen logeerde in een huisje aan de overkant van het motel en dus bood hij ons aan om voor een nacht in zijn ”huis” te overnachten. 
”I’m zorry, iets verry dirty and verry small, I’m zorry.” kondigde hij van te voren al aan. Maar goed, we hadden geen andere keus.
De witte veranda stond vol met vuilniszakken en rommel die hij waarschijnlijk zo snel mogelijk had proberen om te ruimen voordat wij kwamen (wel schattig eigenlijk). In het huisje stond ik er nog van te kijken hoe opgeruimd het was, als hij dit ”verry dirty” noemde, wat was mijn kamer dan wel niet…
Maar als je er op gaat letten had hij wel een beetje gelijk, er zit verschil tussen opgeruimd en schoongemaakt. Op mijn matrasje dat op de grond lag zat al een (ik denk Koreaanse) lange zwart haar en nog meer dingen geplakt. Nou bent ik niet zo snel vies van dingen dus ik ga daar straks gewoon liggen, wel in mijn eigen slaapzak. 
Ik dacht dat als ik me schrap zou zetten de wc ook wel te doen was zodat ik niet helemaal weer naar het Motel hoefde te lopen. Maar ook deze weigerde net als die in Death Valley door te spoelen, natuurlijk kwam ik daar pas later achter. Dus ging op zoek naar een pan in die Koreaan zijn keuken om met water te vullen. Pan gevonden, en toen ik naar het aanrecht liep kwam er een stoet van zo’n 40 mieren de gootsteen uitkruipen, om denk ik via het aanrecht en de keuken zo de weg naar mijn kamer te vinden (we zullen zien). trash klein

Maar ondanks dat dit allemaal verschrikkelijk zielig klinkt schrijf ik dit echt met een grote glimlach op mijn gezicht, want zoals ik al zei: De dieptepunten zijn voor mij ook weer de hoogtepunten in zo’n reis. Je hebt ’t maar weer meegemaakt, en die Koreaanse jongen kon natuurlijk ook niet weten dat er een in Groveland gestrand Nederlands gezin in zijn rommelige logeerhuis komt te slapen.

Ik wilde trouwens ook even kwijt dat ik het echt super vindt dat jullie dit allemaal (en naar eigen zeggen met plezier) lezen. Bedankt! 
Dat is de reden dat ik hier om kwart voor 12 ’s nachts nog aan een scheve houten tafel van een Koreaan mijn blog zit te schrijven, en natuurlijk voor mijn eigen plezier ;-).

nog een bosbrand gezien!
meer klein

Het is nu de volgende ochtend en ik wilde er toch nog iets bijschrijven. De rustdag zoals die gepland was hebben we d’r wel gewoon in gehouden, dus gingen we ontbijten in Groveland naast het oudste café van heel Californië, Iron door saloon.
Later nog wat rondgelopen in het dorp en toen kwamen we voor de Farmersmarket te staan, een kleine markt met allerlei zelfgemaakte spullen en natuurproducten enz. (daar ben ik helemaal gek van :)). Alle mensen zijn hier heel uitgelaten en vrolijk: wanneer m’n moeder een jurk koopt: oh, honey, that’s soo cute! It looks so good on you!
Wanneer je zelf-geoogste aardbeien koopt: Believe me darling, they’re delicious. You’ll seriously love it. (ik eet ze nu in die Koreaanse jongen z’n tuin en ze zijn inderdaad delicious :).

Slaap lekker voor straks, ik ga nog even van m’n rustdag op deze bizarre plek genieten!

Wilde rivieren, onverklaarbare gebergte, toeristische indianen en cowboy-paarden.

Oh oh, en alleen van die lange titel worden jullie al moe… Maar geen zorgen, ik zal proberen het allemaal kort samen te vatten.

De 5e dag van onze roadtrip, hier hadden we tijd om uit wat uit te rusten (vooral mijn vader, die op alle kronkelige wegen scherp moest blijven om eekhoorns en bizons te ontwijken). We stonden op een camping aan het prachtige meer Lake Powell, wat of in de staat Arizona of in Utah ligt, we weten nu wel dat het bij de grens moet liggen aangezien we continu in verschillende tijdzones zaten. (”Hey, het is weer een uur vroeger, gelukkig!” En dan 10 min. later: ”Oh, laat maar… Nu is het weer 10 uur ipv. 9”.)
Lake Powell is een gigantisch groot meer wat is ontstaan door de dam die gebouwd is in de Colorado River, het water wat achter de dam is verzameld is later uitgeroepen tot een van de mooiste en best gelukte meren doormiddel van een stuwdam. Het water heeft een felle turkoois blauwe/groene kleur dat zo helder is dat je steentjes met rode gloed van de gebergte kunt zien. auLakepowell boot klein
Of het legaal was weet ik niet, maar we konden het niet laten er zelf in te zwemmen. Veel tijd om vanaf de kant naar het meer te kijken heb je niet, het zand onder je voeten is zo verschrikkelijk heet dat je gewoon gedwongen wordt gelijk in het koude water te rennen (voor de mietjes onder ons best handig). LAKEPOWELL klein

Nog even over die tijden, ik schrijf dit blog om voor ons 11:15 ’s ochtends dus bij jullie in Nederland is het dan 19:15, ik heb zo’n handig wereldklokje op m’n iPhone :). 

Om op al die plekken te komen waar ik over schrijf moet je natuurlijk wel veel autorijden, en omdat dat nogal saai is schrijf ik daar niks over. Maar tussendoor rijd je natuurlijk wel door heel mooi landschap etc. Om van Lake Powell naar het stadje Moab te komen rijd je door Monument Valley, dit is een gebied wat oorspronkelijk van de Navajo indianen is. Als je door deze droge woestijn rijdt kan je je niet voorstellen dat het mensen lukt om hier te overleven, ‚ t tegendeel wordt bewezen wanneer je de kleine houten huisjes (ver van elkaar af) ziet staan met hier en daar ’n koe of paard. Maar ook al leven ze nog steeds erg afgezonderd met weinig om van te leven klopt het idee van wilde Indianen met hoofdtooien die gillend op paarden rondrijden totaal niet (best jammer). Ook The Native Americans, zo worden ze liever genoemd ben ik achtergekomen, hebben normale banen in tankstations etc. hebben heel normale kleding aan en rijden in normale auto’s. Alleen hebben deze auto’s meestal geen nummerplaat, waarschijnlijk omdat ze niet bij de Amerikaanse overheid horen en grotendeels hun eigen regels gemaakt hebben. Het is zelfs zo dat het daarom, zie m’n titel, bijna te toeristisch wordt. welcomo utah 
Op de camping waar we zaten was er een souvenir-winkeltje met allerlei spullen van de Indianen: Pijlen en bogen, sieraden, foto’s, kleden en typische Indianen kleding. Je droomt helemaal weg in de kleurrijke wereld van deze alternatieve indianen. Tot je naar de balie loopt waar een vrouwtje je lachend aankijkt met een groot wit T-shirt en een spijkerbroek aan, ze wijst trots naar de Wifi-code dat in een krantje over de camping staat. Juist ja, een Indiaan.

Behalve dat er mensen wonen in Monument Valley zijn de bergen bijzonder, heel gek en onverklaarbaar. De verschillende lagen scheiden zich van de andere door verschillende kleuren en ze zijn enorm vervallen en afgebrokkeld wat ze behalve bijzonder ook eigenlijk best lelijk maakt.

Onze volgende overnachtingsplaats was in het kleine leuke stadje Moab, nog steeds Utah. Hier hadden ze waar ik al die tijd al op had zitten wachten, het echte American breakfast met pancakes, en het onbeperkte kon natuurlijk niet ontbreken. Vies is het niet, maar omdat elke dag te eten in de ochtend… 
Die middag hebben we iets gedaan wat ik zeker te weten het leukste vond tot nu toe aan deze reis, horseback riding. Ik heb vroeger veel paard gereden maar het idee van rondjes rijden in een donkere saaie bak zorgde dat ik ermee stopte. Wat dus echt niet betekend dat ik het niet meer leuk vind, dat vind ik zeker als het in zo’n geweldig western gebied is. Ik was nog vergeten te schrijven dat dit gebied dan weer van de western was oftewel de ”cowboys”. 
We zouden eerst met een groep van zo’n 8 mensen gaan rijden maar omdat wij nogal vroeg waren, erg enthousiast enzo… gingen alleen ik, mijn ouders (Tijmen die zag het paardrijden niet zo zitten) en een guide mee. In vergelijking tot de paarden in IJsland en de Shetlander waar ik vroeger op gereden heb waren deze paarden gigantisch, wat ze al snel zijn als je met schoenen aan net bij de 1.60 komt. Ik heb dus ook geen hoe ik uiteindelijk op de rug van dit paard ben beland. paardpfklein
Het was een hele mooie merrie met de naam Luna. Volgens mij mocht ze mij ook wel, ze reed heel rustig en was totaal niet vervelend. Behalve toen we weer vlak bij de stallen waren en ze zo snel mogelijk naar huis wilde, maar dat was ik na 2,5 uur mij door de bergen dragen ook volkomen met d’r eens. het waren niet zomaar wat onverharde wegen maar ook erg veel hoogteverschillen met losse rotsen en zacht stromende riviertjes. Als je om je heen keek zag je niks en niemand behalve wat konijntjes. Wanneer je er zo rondrijdt heb je het idee dat je de enige persoon bent die hier de afgelopen 100 jaar is geweest, maar dit kopt niet. Later hoor je zelfs dat je in de voetstappen van de filmster John Wayne hebt gestaan(!!), de hoef van mijn gigantische paard dan, maar op zo’n moment voel je je best wel één met de natuur en het paard (wordt het al te zweverig?). John Wayne dus, dit gebied in Utah lijkt dan wel zo verlaten, het heeft al voor veel films en commercials als set gediend. Bijvoorbeeld de films …
Dit had het meisje dat onze rit begeleidde voor me op ’n briefje geschreven, ze vertelde uitgebreid over wat voor films er opgenomen werden, hoe dat er aan toe ging en waar de crew verbleef. Zoals bij de commercial voor het automerk Chevrolet in 1964, in de reclame staat een auto van dit merk op de zo genoemde ”Castle Rock”, het ziet er ontzettend gaaf uit. Er was alleen een probleem, er kwam noodweer aan en de helikopter kreeg de actrice die de taak had in de auto te poseren niet meer naar beneden, dat arme mens heeft de hele nacht in die auto op het puntje van de rots gezeten tot het noodweer voorbij was (De link van deze geweldige reclame:http://m.youtube.com/watch?v=L0QcyQ4K3po).
En om in dat gebied Western paard te rijden, já. &stephanie klein

En dan komen we bij vandaag (ik hoor jullie wel blij zijn, ha). Het liefst wilde we hier in het plaatsje Torey op een camping met de spannende naam ”1000 lakes” in een tipi overnachten, maar die waren al verhuurd. Dus zouden gewoon onze tenten opzetten, maar toen de vrouw achter de balie ons vertelde dat een huisje (van hout, met een stukje van de veranda af een picknicktafel en een vuurplaats) ongeveer even duur was, hebben we dat zo moe (/lui) als we waren maar gedaan.

Behalve door de indianen is een groot gedeelte van Utah ook bewoond door de Mormonen en de Mennonieten, dit zijn beide Christelijke groepen. De mormonen vormen de grootste groep, zij hebben besloten dat in de staat Utah nauwelijks tot geen alcohol gedronken of verkocht mag worden. In de supermarkten is alleen bier te krijgen maar wijn is nergens te koop, laat staan sterkte drank. Wel is er een slijterij waar je drank kunt halen maar deze is niet open in het weekend en door de weeks alleen tussen de middag. Heel soms kun je in een restaurant wel drank bestellen, maar dit alleen bij een hele maaltijd, je kunt dus niet zomaar ergens op een terras een wijntje drinken :p.
De Mennonieten zijn al helemaal apart, ze dragen ontzettend ouderwetse kleding, lange rokken, hoeden etc. En weigeren met de moderne tijd mee te gaan. Dit is ook de reden dat ze afgezonderd van de lokale bevolking wonen, hier kunnen ze hun eigen leven leiden, leven van landbouw, zich verplaatsen met paard en wagen, dat soort dingen. Vroeger hebben ze in de bergen gewoond, je ziet af en toe nog houten huisjes en kerkjes staan van de Mennonieten, nu wonen ze vooral op boerderijen ver van de steden af.

Wat ik nog helemaal niet gezegd heb is: Amerikanen zijn zó lief! Vooral in de horeca, bij alles wat ze zeggen lachen ze en gebruiken ze een koosnaampje (in het begin heel erg creepy). ”Thank you sweety”,”There you go darling”, ”Have a nice day honey”. Maar nu ik er gewend aan ben komt het er eigenlijk op neer dat ik ze allemaal wil knuffelen.

Oké, hier stop ik, volgens mij heb ik echt al véél te veel geschreven.

dag 3 & 4: van het schattige Fredonia naar de adembenemende Grand Canyon.

Na Vegas gingen we (figuurlijk) totaal de andere kant van Amerika bekijken, met eigen ogen The Grand Canyon zien. Ook zouden we die nacht op een camping daar vlakbij kamperen. Dus reden we vol enthousiasme met onze patserige auto de bergen in. Tot er één voor één op onze iPhone schermen een berichtje verscheen: NOODBERICHT: Flashflood warning in this area.
En zo paranoia als we waren nadat we de film Into The Wild (aanrader!!) hadden gezien waarbij in het zelfde gebied een auto volledig wordt weggespoeld, leek het geen goed idee verder te rijden.
Uiteindelijk zijn we gestrand in het plaatsje Fredonia bij een superschattig motelletje dat Grand Canyon Motel heet, het was er minsten 1 uur vandaan maar goed, je moet toch iets doen om bezoekers te trekken. Om op dat ”superschattige” terug te komen, het was een klein soort parkje, wat dus ook betekend dat er gras groeit en dat is best bijzonder midden in de woestijn, met allerlei kleine rode huisjes en om het af te maken zo’n 20 katten.Landschapjpg
Dat Grand Canyon Motel werd gerund door een oud (toch ook wel schattig) echtpaar die blijkbaar wat meer tijd in het motel en het gras stoken dan in de hygiëne van hun eigen huisje, en misschien ook de rest niet, maar daar denken we maar even niet aan. 
Dat merkte we vooral toen we naar de inschrijfbalie liepen, we werden overvallen met een enorme walm van kattenpis. Ik probeerde zo vrolijk mogelijk te blijven kijken, en het gratis krantje van de staat Utah nam ik met een bigsmile aan (ik moet bekennen dat ik die nog niet heb durven doorbladeren aangezien de stank ook daarin is getrokken). Later heb ik de man nog gevraagd hoeveel katten er op zijn terrein liepen, ”Dunno.” was het antwoord. Dat was waarschijnlijk ook de reden dat hij maar overal borden met eten voor de katten op het mooie grasveld had neergezet. ’T was alleen jammer dat het ook ”Dunno” hoeveel vliegen aantrok./Users/noa/Pictures/iPhoto-bibliotheek.photolibrary/Previews/2014/07/15/20140715-213628/tYi3cxFRSCi2mVMlNaLfDg/IMG_6182.jpg 
Maar zoals ik al zei staken ze blijkbaar veel meer moeite in de huisjes, die heel knus en kleurrijk waren. Dat liet je al het ongedierte en de stank vergeten.
Huisje
Meneer&katten

De volgende dag gingen we dan echt op weg naar The Grand Canyon (er was opvallend weinig regen gevallen…), tijdens de reis er naartoe viel die wel jammergenoeg. Wel zagen we iets heel bijzonders onderweg. Op maar een paar meter afstand stond een kudde wilde bizons te grazen.BizonMet baby-bizons (hoe noem je die?) en al. Echt ook weer superschattig, maar ook best dreigend. De mannetjes bizons zorgde er wel voor dat we niet dichterbij de baby’s kwamen. De staten Utah en Arizona zijn staten waar ook nog grote groepen indianen wonen, hier zijn dat vooral de Navajo indianen, behalve dat ze tours organiseren door hun reservaten,verkopen ze ook zelfgemaakte spullen./Behalve dat ze van deze opbrengsten zelf moeten overleven wordt het ook aan andere doelen besteed, zo zaten er 2 vrouwtjes van de Navajo stam langs de weg met sieraden, zelf gemaakte pijlen en stenen potjes etc. zij vertelde dat van deze opbrengst ook hout werd gekocht voor ouderen die dat niet zelf konden sprokkelen, gezorgd werd dat er geld was voor een vervolgopleiding voor jongeren en zorgde ze ervoor dat er geld was voor een mooie begrafenis van iemand. Hier hebben we dan ook wel wat gekocht natuurlijk.Native american


Mijn moeder had als ervaren reiziger en anti-massatoerisme-type gekozen voor de noord kant van de kloof in plaats van de zuid kant, waar je wel allerlei toeristische dingen vindt (er zit daar zelfs een Mac Donalds ín de bergketen!). Maar gelukkig werkt het dan vaak wel zo dat die toeristische dingen ook de meeste toeristen trekken :p. 
Vanaf de parkeerplaats begonnen we aan de klim naar boven, zodra je een paar stappen verzet hebt komen de diep roodachtige bergen in zicht. Hoe verder je naar boven klom hoe mooier het werd, wat zelfs mij motiveerde de stijlen rotspaatjes te beklimmen. Grand Canyon
Als je daar dan staat zo hoog in de bergen, valt er haast niet in te schatten hoe ver de horizon is die staat aan de andere kant van de kloof. En om dan te bedenken dat daar op dat moment ook mensen staan en met hetzelfde idee jou kant op kijken. 
Gelukkig heb ik geen hoogtevrees want met ”niet toeristisch” vonden ze het blijkbaar ook niet nodig af & toe wat meer hekjes te plaatsen.
Tussen de bergen staan bankjes om op uit te rusten en huisjes om in te verblijven, maar gek genoeg verpest dit de omgeving niet. af en toe zie je een eekhoorntje langsschieten die de weg duidelijk veel beter kennen dan jij. 
Tijmen die op freerunnen zit vond het erg leuk om te laten zien hoe hoog hij kon klimmen, en hoe ver hij naar de rand durfde te gaan. híj vond het erg leuk.. :p

Ik hoop dat mijn iPhone de rode gloed en de diepte van de bergen ook een beetje kan uitbeelden. Want het is zo ontzettend mooi! 

Grand Canyon Family

Mijn locatie Price, Utah, United States.